Hallo Ray, jij krijgt vast veel interviewverzoeken. Waarom zei je ‘ja’ tegen deze vraag?
‘Omdat leiderschapscommunicatie voor mij de kern is van wat ik bij Kamp Van Koningsbrugge heb gedaan. Plus, rondom de afleveringen hoorde ik mensen soms zeggen: waarom doet-ie dat nu eigenlijk? Nu heb ik de kans om mezelf een beetje te ondertitelen.’
Kamp Van Koningsbrugge is nogal een rauw programma. We zien dat kandidaten soms de uitputting nabij zijn. En dan kom jij met je instructies – streng en meedogenloos. Waar heb je dat geleerd?
‘Met zo’n communicatiestijl word je natuurlijk niet geboren. En ik heb dat ook niet van huis uit meegekregen. Mijn ouders leerden me wél een paar belangrijke communicatiewaarden: blijf bij jezelf, wees eerlijk, durf je uit te spreken. Maar duidelijke instructies geven en leiderschap tonen, dat leerde ik vooral bij Defensie.
Kijk, in een militaire organisatie zijn bevelen en orders heel normaal. Dat is ook nodig, want je werk gaat over leven en dood. Bij militaire operaties zijn er vaak momenten waarop je nú moet ingrijpen – anders kom je misschien niet meer thuis met z’n allen. Datzelfde principe geldt ook in sommige andere beroepen. Op een operatiekamer is het evengoed cruciaal dat iedereen weet wat-ie moet doen.’
'Wanneer er geen tijd is voor overleg, ben je als leider directief: ik besluit nú, anders hebben we over vijf minuten een probleem'
Goed leiderschap maakt zeker in spannende situaties het verschil, zeg je eigenlijk. Hoe kijk jij naar verschillende leiderschapsstijlen?
‘Wanneer er geen tijd is voor overleg, ben je als leider directief: ik besluit nú, anders hebben we over vijf minuten een probleem. Maar stel, je bent als groep samen bezig een ingewikkeld plan te maken. Dan is het juist belangrijk dat jij als leider alle andere teamleden de ruimte geeft, zodat hun expertise optimaal tot uiting komt.
Vaak ontstaan tijdens zo’n brainstorm verschillende oplossingsrichtingen, en dan is het weer aan jou als leider om een besluit te nemen. Ook dat kun je op meerdere manieren doen: je doet wat de meerderheid acceptabel vindt – dan laat je je leiden door de gebeurtenissen. Of je stelt een lijst criteria op, en kiest op basis daarvan het beste plan.’
In beide gevallen geldt dat je moet weten wat je aan je collega’s hebt. Daar hamer jij in Kamp Van Koningsbrugge ook op: dat je jezelf moet wegcijferen, het proces en het groepsbelang staan voorop.
Maar dat kan alleen wanneer mensen zich kwetsbaar opstellen. Als ze ook eerlijk durven te zijn wanneer het even niet gaat, of over dingen die ze niet kunnen. Hoe zorg jij dat mensen zich daarvoor veilig genoeg voelen?
‘Tja, je kunt natuurlijk benoemen hoe belangrijk een veilige werkomgeving is en termen zoals psychologische veiligheid in je beleid zetten. Maar – je merkt het al een beetje – dat is niet míjn aanpak.
Ik vind wel dat bedrijven de verantwoordelijkheid hebben om zulke thema’s open op tafel te leggen. Zelf creëer ik liever een ander soort bewustzijn: ‘Jongens, we moeten het met elkaar doen.’ Want wanneer je dát uitspreekt, heb je het over onderlinge afhankelijkheid. Over opofferingsgezindheid. Wanneer je als leider vervolgens laat zíén dat je het samen doet, krijgen mensen minder het idee dat jij erbuiten staat omdat je nu eenmaal een andere positie hebt. Dan sta je samen in de klei.’
'Ik heb weleens teruggekregen dat mensen zich naar mij toe voorzichtiger uiten'
Durf jij elk gesprek aan te gaan?
‘Tja, het moet nu eenmaal. Het is niet zo dat ik elk gesprek leuk vind. Ik heb gesprekken gevoerd waarin ik afscheid moest nemen van medewerkers. Dan heb ik natuurlijk ook een knoop in m’n maag. En dan denk ik van tevoren: jeetje, hoe ga ik dit nou weer doen? Maar ja, uiteindelijk ga ik elk gesprek wel aan.’
En andersom: durven mensen alles tegen jóú te zeggen, bijvoorbeeld over wat er speelt op de werkvloer?
‘Het liefst zou ik ‘ja’ zeggen, maar ik denk dat het niet zo is. Ik heb weleens teruggekregen dat mensen zich naar mij toe toch voorzichtiger uiten. Ik ben natuurlijk iemand die weet wat-ie wil en ik durf de leiding te nemen. Dus als ik dan wat ongenuanceerd zeg dat ik klaar ben met de discussie, klinkt dat voor anderen als: ‘Dan is kennelijk nu de ruimte voor het gesprek afgesloten’. En dan houden ze hun mond. Dat is wel een valkuil, ja.’
Tot slot: op televisie zien we jou niet alleen als militair die commandeert, maar vooral ook als coach die vragen stelt, stiltes laat vallen en zo kandidaten vrij vlot tot inzichten weet te brengen. Bijvoorbeeld wanneer ze niet geschikt zijn als commando. Hoe pak je zoiets aan?
‘Ik bedenk niet van tevoren wat ik ga zeggen. Wel heb ik natuurlijk een sterk vermoeden waarom het allemaal niet lekker loopt. Dus ik begin met een simpele vraag: hoe voel je je? Zegt die ander ‘prima’, dan vraag ik door.
Bij zo’n tweede vraag komt er meestal al iets heel anders uit dan ‘prima’. Dan heb je een aanknopingspunt voor een gesprek, en kun je samen zoeken naar wat er eigenlijk speelt.
Natuurlijk, ik kan ook direct zijn en zeggen: ‘Het gaat helemaal niet prima met je.’ Maar dan ga ik het invullen. Ik wil juist dat die ander naar binnen keert – en zélf tot een bepaalde conclusie komt. Daar kom je uiteindelijk een stuk verder mee.’
Beluister het hele gesprek
In de podcast-opname van dit gesprek luisteren Ray en Mascha Weijers (Rechtdoorzee) ook samen maar twee audio-fragmenten uit Kamp Van Koningsbrugge, waarna Ray die van commentaar voorziet. En ze praten over wat het oplevert om stil te (durven) zijn tijdens een gesprek.
Benieuwd? Check de aflevering (20 min) van onze podcast Gesprekshelden.




