


We starten bij de praktijk van jullie organisatie. Waar wordt een beroep gedaan op leiderschap? Waar zijn leidinggevenden individueel sterk, maar geeft het collectief te weinig richting? Waar blijven besluiten te impliciet, ontzien leiderschapsteams elkaar te veel of stokt samenwerking over grenzen heen zodra het spannend wordt? Waar lijn en project elkaar raken, of hiërarchie en keten door elkaar lopen, wordt zichtbaar hoe sterk leiderschap werkelijk is. Van daaruit bepalen we de focus van het leiderschapstraject.

Als leiders zich ontwikkelen, wordt dat zichtbaar in het werk zelf: in sterker samenspel en meer helderheid in sturing en besluitvorming. Leidinggevenden worden beter in hoe zij koers houden, verschil hanteren, elkaar aanspreken en eigenaarschap organiseren. Daardoor verbetert de samenwerking en worden besluiten duidelijker vertaald naar het werk.

Leiderschapsontwikkeling heeft pas effect als nieuw gedrag ook in het werk standhoudt. Daarom verbinden we individuele ontwikkeling aan het samenspel tussen leidinggevenden en bepalen we samen wat nodig is om dat verder te laten doorwerken in sturing, samenwerking en besluitvorming.