terug naar overzicht

Alexa Kuit, specialist non-verbale communicatie: "Je oogopslag zegt veel over je persoonlijkheid"

Hoe zie je aan het gezicht van je gesprekspartner wat diegene nodig heeft? En hoe kan het, dat je soms heel anders overkomt dan je zelf denkt? We vragen het Alexa Kuit, specialist in interactie.

Alexa, jij laat mensen zien hoe ze overkomen op anderen. Vertel eens, hoe doe je dat?

‘Van jongs af aan kijk ik al naar hoe mensen bewegen, en wat ze daarmee laten zien. Ik let vooral op het gezicht. Aan je oogopslag zie ik bijvoorbeeld waar jij in een gesprek behoefte aan hebt. Hoe kan ik met je levellen? En dan gaat het niet over de inhoud, maar over de primaire behoeftes die iedereen onbewust heeft in contact.

Aan het Instituut voor Non-verbale Strategie-Analyse heb ik geleerd gezichten te ‘lezen’. Ik turf welke bewegingen ik zie. Dat vertelt me onder andere iets over de persoonlijkheid van mijn coachees. En vooral: welk gedrag laat deze persoon zien, wanneer diegene gespannen is?’

Met welke vragen kloppen mensen bij jou aan?

‘De vraag die ik het meest krijg: “Ik kom anders over dan hoe ik over wíl komen, waar ligt dat aan?” Ik vraag mensen dan om me een video-opname van zichzelf te sturen. Die bestudeer ik aandachtig.

Iedereen beweegt z’n gezicht volgens een eigen patroon van microbewegingen. Dat doe je onbewust. Ik kijk vooral naar het patroon van microbewegingen bij je ogen, wenkbrauwen, wangen en mond. Ben je gespannen, dan worden die bewegingen intenser, meer en zichtbaarder. En hebben ze dus een groter effect op je gesprekspartner.

Die microbewegingen kun je niet veranderen of afleren, wel meer ontspannen. Maar als je weet wát je onbewust doet en teweegbrengt bij anderen, kun je dat leren ondervangen in de rest van je communicatie.’

‘Iedereen beweegt z’n gezicht volgens een eigen patroon van microbewegingen’


Op welke manier bijvoorbeeld?

‘Tegen sommige mensen zeg ik: leun tijdens een gesprek wat meer achterover. Want je hebt mensen die erg veel ruimte innemen – vaak vanuit enthousiasme. Brengt zo iemand zichzelf bewust meer naar achteren, dan is dat direct prettiger voor de ander.

Andere mensen nemen juist heel weinig ruimte in. Daardoor gaan hun gesprekspartners zich afvragen of ze er überhaupt wel met hun hoofd bij zijn. Hen leer ik juist hoe ze zichzelf méér in het gesprek kunnen brengen. Bijvoorbeeld door rechtop te zitten en letterlijk een actieve houding aan te nemen. Dat brengt de interactie veel goeds.’

Stel, iemand wil zo’n analyse. Hoe ga jij dan te werk?

‘Uit dat filmpje van jezelf knip ik de meest kenmerkende momenten. En die laat ik je zien. Dat is confronterend, maar levert ook vrijwel altijd een ‘aha’-moment op: oh doe ik dát? Schitterend vind ik dat. Zeker omdat je vaak met kleine oplossingen al veel verschil maakt.

Tijdens het gesprek vraag ik veel én kijk ik goed naar je. Soms worden mensen daar een beetje zenuwachtig van. Voor mijn werk is dat dan weer handig, want als jij gespannen bent kan ik je beter ‘lezen’. Maar voor de duidelijkheid: mijn doel is altijd om mensen verder te helpen.

Meestal is zo’n sessie trouwens onderdeel van een langer traject. Want als ik jou beter leer kennen en goed weet wat je precieze vraag is, is de uitkomst zinvoller. Ik wil weten: wat levert jou spanning op? Ofwel, wanneer gaan je microbewegingen harder en meer ‘aan’? Zoals wanneer je moe bent. Of als je gesprekspartner op bepaalde manier jouw energie wegzuigt.’

‘Je komt steviger over, wanneer je verbale en non-verbale communicatie hetzelfde zijn’


Je had het over primaire behoeftes in de interactie. Waar gaan die over?

‘Ten eerste: wil je graag heel dichtbij een ander komen, of bewaar je liever wat afstand? Als ik bijvoorbeeld ben van het ‘nabij’, en ik praat met iemand die liever meer afstand heeft, kan dat voor ruis zorgen. Dat herkennen is al fijn.

Ten tweede: breng jij veel energie in het contact, of val je juist eerder stil en oog je passiever? Bij mensen die dat hebben, gebeurt vanbinnen veel, maar dat zie je niet aan de buitenkant. Mensen die veel energie in het contact brengen, zijn vaak juist erg aanwezig. Zij krijgen dat ook vaak terug: kan het niet wat minder?

Het punt is, doordat mensen verschillen in wat ze nodig hebben, oordelen ze vaak over anderen. ‘Hij zegt wel heel veel.’ Of: ‘Nou, zij zit er afgehaakt bij.’ Maar als je weet wat jouw eigen contactbehoeftes zijn, herken je sneller wanneer daar niet aan wordt voldaan. En dan snap je ook beter waarom je soms gespannen raakt tijdens een gesprek, terwijl er op de inhoud niets aan te merken is.’

Sommige mensen lijken van nature charismatisch: als die wat zeggen, komt het altijd áán. Waarom kijken en luisteren we graag naar dat soort mensen? Wat kenmerkt hen?

‘Zij scoren hoog op een aantal pijlers. Ze maken écht contact. En ze geven de ander het gevoel dat ze helemaal aanwezig zijn. Dat geeft een gevoel van belangrijkheid en waardering. In hun manier van communiceren zit ook kracht of stevigheid. Dat vinden we onbewust prettig – want krachtige mensen, daar win je de oorlog mee. Dat zegt overigens niets over kabaal of vuisten, maar eerder over rustige balans.

Je komt ook steviger over, wanneer je verbale en non-verbale communicatie hetzelfde zijn. Kloppen je stem, je lichaamshouding en je gezichtsbewegingen met wat je in woorden vertelt? Dan is het congruent – en dus geloofwaardig!

Tot slot: let eens op welk gevoel je ‘meeneemt’ naar een gesprek. Welke verwachtingen heb je? Als jij weet: dit wordt spannend, dan straal je dat ook uit. Je kunt zo’n conversatie beter én effectiever maken door eerst je energie tot rust te brengen. Zelf doe ik vlak voor een belangrijk gesprek altijd een korte ademhalingsoefening. Dan zit ik rustiger, en dus zekerder aan tafel.’

Beluister het hele gesprek

Benieuwd wat Mascha Weijers (Rechtdoorzee) en Alexa Kuit nog meer bespraken? Bijvoorbeeld over de analyse die Alexa bij Mascha deed en wat zij daaruit leerde?

> Beluister deze aflevering (35 minuten) van de podcast Gesprekshelden.